Naar aanleiding van het 40-jarig bestaan van zijn zaak ging fotograaf Carl Lapeirre (65) vorig jaar het hele jaar op zoek naar verbindingen rond het getal 40. Hij sluit nu dat feestjaar af met een tentoonstelling, die al startte in het najaar. De tentoonstelling met foto’s die daaruit voortkwamen is nog één weekend te bezichtigen in de galerij van Fotografie Carl Lapeirre in de Meensesteenweg 314 in het centrum van Bissegem, nl op zaterdag 10 en zondag 11 januari van 14 tot 18 uur.
Carl Lapeirre werd geboren in Kortrijk, groeide op in Menen en is zoals hij het zelf zegt volgroeid in Harelbeke. Zij vrouw Ingrid De Smet komt uit Deinze.
Carl is opgeleid als fotograaf: “die ene klik op het juiste moment op de juiste plaats was belangrijk! Nu kan je desnoods 1.000 foto’s nemen om er een goede te hebben.” Moest hij zijn leven herdoen, zou hij hetzelfde werk 100 % zeker weer doen.
“Toen wij startten in Bissegem waren we een beetje de vreemde eend. De dichtste link was mijn meter die in Marke woonde.”
“Voor we trouwden werkte ik bij Spector. Ik zat om 4.30 uur al op de trein naar Wetteren om er om 6 uur te beginnen als ploegbaas van de amateurafdeling.”
Dan opende Carl zijn winkel. Hij combineerde het met lesgeven. Die combinatie was een godsgeschenk: ik kon er zijn voor de leerlingen en voor de mensen wie ik fotografeerde. Dat fotograferen deed ik buiten de schooluren. Ingrids aandeel in de zaak is ook niet te onderschatten geweest. Zij deed de winkel. Nu werkt zij nog beperkt achter de schermen.
Van de drie zonen is Aron – de tweede – ook fotograaf. “We zijn geen concurrenten van elkaar en werken ook niet samen. Hij maakt portretten op zijn manier en doet veel industrieel werk. Ik ben nog een ‘ouderwetse commerciële fotograaf’ en hij is een freelancer die mooi reportagewerk maakt.”
Gestart in Bissegem
Op 1 oktober 1984 startten Carl Lapeirre en zijn vrouw Ingrid met de fotozaak in het centrum van Bissegem. Ze waren dat jaar in juni getrouwd. “We begonnen in de tijd van de filmrolletjes en de studio was eerst in de winkelruimte en dan op de zolder. De studio werd gauw te klein en dan maakten we er één in onze tuin.
“In 1993 verbouwden we voor het eerst. Dan was er nog geen sprake van het digitale. Mensen kwamen regelmatig over de vloer om filmrolletjes te halen, deze binnen te brengen om te ontwikkelen, batterijtjes te komen halen en albums te kopen.”
Carl vertelt dat zijn vrouw wel de grote durver en de perfecte partner was. “Zij stimuleerde altijd om mijn zotte ideeën uit te werken en wou er voor gaan. We hebben de situatie van de fotografie wel juist ingeschat.”
“In 2003 verbouwden we nog eens en in 2016 maakten we de galerij waar ik al van in 1984 van gedroomd had. Nu loop ik door mijn fotowerken.” De vroegere winkelruimte werd knus ingericht met een sofa. “Mensen hebben hier een cinemagevoel als ze hun foto’s komen bekijken en foto’s komen kiezen.”
Evolutie
Carl weet dat je nu niet meer kan starten zoals hij begonnen is. “De mensen hebben nu veel meer verwachtingen. We hadden het moeilijk in het begin, vooral ook doordat we niet van Bissegem waren. Dan is de zaak opengebloeid. We bleven nochtans dezelfde mensen. We kregen een trouw publiek in Bissegem en haalden zelfs werk van buiten Bissegem en Zuid-West-Vlaanderen. We maakten de gouden jaren negentig mee, tot de bankencrisis in 2008.”
Vanaf 2003-2004 is het digitale goed beginnen draaien. “Eerst geloofde ik daar niet in: als ze bij de eerste digitale camera’s op de knop duwden, duurde het 1 tot 2 seconden voor de foto gemaakt was. Ik was dan nog zo naïef om te denken dat er daar nooit een oplossing zou voor gevonden worden, maar het evolueerde snel.”
Carl verloor wel een deel van zijn klanten: “mijn publiek bestond uit mensen met compacte camera’s die naar digitale camera’s overstapten. Ze moesten niet meer tot bij ons komen voor het filmpje. Er werd gezocht naar iets nieuws: “ons best verkopende product is onze kijkdoos die iedereen wel ergens kan plaatsen, waar makkelijk 35 foto’s in kunnen.”
“Nu krijgen veel mensen ook graag digitale bestanden om op sociale media te plaatsen, voor die honderden likes. Alles moet onmiddellijk tot digitale bevrediging leiden. Ze moeten alles direct kunnen tonen aan anderen. Vroeger waren foto’s echt om zelf te genieten.”
Prijzen
Tussen 2000 en 2010 sprokkelde Carl ook heel wat prijzen samen. “De mooiste prijs was de Europese Gouden Camera van de FEP (Federation European Photographers) die ik won met drie foto’s van blinde kinderen in een opvangtehuis. Ik ben daar nog altijd fier op.”
Nu zit Carl nog vaak in de jury, zo was hij hoofdjurylid bij de Belgian Photo Awards.
Geen afscheid
De tentoonstelling ’40 jaar mé erte en ziele’ is voor Carl geen afscheid, maar een mijlpaal. “Ik ga zeker voor de 50 jaar, als de gezondheid het toelaat.”
“Het fijne aan het proces is dat mensen enthousiast buitenkomen als ze gefotografeerd werden. Dan komen ze kijken en komen ze nog eens over de vloer om de prints af te halen. Als ze buitenkomen met het idee van ‘het is nog mooier dan we dachten’, dan hebben we gescoord!”

