Op vrijdag 31 januari was er een feestje voor het pensioen van Johan Kesteloot (61) uit Bellegem. Hij is vandaag bezig met zijn laatste werkdag, een shift van 12 uur bij de Hulpverleningszone Fluvia.
Johan was 43 jaar aan de slag als hulpverlener, waarvan bijna 35 jaar als beroepskracht en 8 jaar als vrijwilliger. Nu zal hij nog verder werken als vrijwilliger. Zo rijdt Johan volgende maand al 7 uur met de ziekenwagen. “Als mijn fysieke proeven en mijn gezondheidstoestand goed blijven mag ik bljiven tot aan 66 jaar”, weet Johan. Hij blijft ook zijn bijberoep uitoefenen, nl. het schoonmaken van septische putten.
Johan groeide op in Bissegem en verhuisde later naar Bellegem. Hij is getrouwd met Connie Deconinck en is de papa van Charlotte en de tweeling Murielle en Delphine. Hij is de pluspapa van Sophie en Margaux. Er zijn al verschillende kleinkinderen.
Op vrijdagmorgen 31 januari wist Johan dat hij om 6.30 uur moest klaarstaan. Connie wist dat hij zeker niet mocht vertrekken. Johan werd opgehaald door een Amerikaanse ziekenwagen en met het nodige geluid naar de kazerne gebracht, waar hij samen met Connie van een ontbijt mocht genieten. Er werd een PowerPoint getoond met foto’s en herinneringen. Johan werd toegesproken door de zonecommandant Olivier Dorme die Johans carrière overliep en ook burgemeester Ruth Vandenberghe kwam op bezoek.

Met de paplepel
Johan kreeg ‘het hulpverlener zijn’ met de paplepel ingegeven. Zijn vader Willy en twee ooms waren vrijwilliger bij de brandweer in Bissegem. Johan vervoegde hen in 1982 ook als vrijwilliger in de brandweerpost in Bissegem. “De lessen vonden plaats in de kazerne in Kortrijk”, weet Johan nog.
Willy Kesteloot, de vader van Johan was kruidenier in de Gullegemsesteenweg in Bissegem. “Hij heeft veel gedaan voor de brandweer in Bissegem, en deed dat belangeloos. Zo ontving hij regelmatig scholen in de kazerne en organiseerde hij feestjes.”
Voor de kost werkte Johan als militair in de kazerne van Ieper. Hij was er onderofficier in de werkplaats. “Er was toen in het leger een lage verloning en er was weinig toekomstperspectief. Toen ik van mijn hobby – de brandweer – mijn beroep kon maken, was dat het schoonste moment in mijn leven.” Op 1 juli 1990 begon Johan professioneel bij de centrale in de Doorniksesteenweg, meer bepaald in de dispatch. Zijn eerste opdracht bestond uit het zo snel mogelijk leren van de centrale. “Toen ontvingen we in Kortrijk de oproepen van uit 200 gemeentes van mensen die het oproepnummer 100 opbelden. Men belde ons van uit de zones met de nummers 055, 056 en 057. Dat ging tot in Geraardsbergen. We werkten zonder computers of routeplanners en we moesten zelf beslissen of we een medisch team zouden meesturen. Het was een werk met serieus wat verantwoordelijkheid in een periode dat er veel verkeersongevallen gebeurden.”
Johans droom was echter de medische tak en de brandweer en na een jaar kon hij vast overgaan naar de ziekenwagen.
“Een kleine 25 jaar deed ik niets anders dan de ziekenwagen.” Johan was er in gespecialiseerd en ging altijd met de eerste gespecialiseerde ziekenwagen mee en deed lang dienst op Kortrijk 1.
Met de hervorming werd hij ook meer als brandweerman ingezet. “We krijgen nu ook oproepen van verder zoals Waregem of Oostrozebeke… Vroeger was dat ondenkbaar.”
Van 1982 tot rond de eeuwwisseling was Johan ook duiker. “Daar ben ik mee gestopt toen de droogpakken er aan kwamen.”

Doden en gewonden
“Vroeger waren er veel meer weekendongevallen met zwaargewonden en doden. Dat aantal slachtoffers is gelukkig gezakt”, vertelt Johan.
“Als je iemand niet kunt redden en moet achterlaten, is dat altijd wel iets wat er in hakt”, zegt hij. “Gelukkig werken we hier in een familiale omgeving en kunnen we bij een kop koffie praten over wat we meemaakten. Indien nodig kan er ook gespecialiseerde hulp om te verwerken bij komen.”
Johan herinnert zich ook nog enkele grotere rampen, zoals de kettingbotsing in de mist op de E17, waar hij samen met Geert Phyfferoen met de derde ziekenwagen naar Rekkem vertrok. “We kregen te horen dat het verkeer stil lag en we als spookrijder naar de botsing mochten rijden, maar we zagen toch een vrachtwagen uit de mist verschijnen, en zijn toch via de gewone weg gereden.”
Andere interventies met een zware impact die Johan meemaakte waren branden in vlasschuren in Bissegem, de instorting in ’t Fort in Kortrijk, het afbranden van een vleugel van het PZ H. Familie in Kortrijk en branden bij de firma Van Marcke.
Anekdotes
Johan trok eens naar een gijzeling in een pompstation. “Plots begon men weer de schieten. De dokter die er bij kwam was bang, en wou snel in de ziekenwagen in veiligheid komen. Ik zei haar dat dat ook maar een ‘plastieken bak’ was, en dat dit nu ook niet dé veiligste plaats was om te schuilen.”
Een andere anekdote die Johan zich nog herinnert is toen er een oproep kwam voor een bewusteloze man. “De man had eigenlijk gewoon veel te veel gedronken. In de tas die hij bij zich had, zat een hand van een mannequinpop. We brachten de man naar het ziekenhuis en legden het kunststoffen hand onder het deken. Zo konden we de verzorgenden eens beetnemen door hen eens goed te laten verschieten”, lacht Johan, die korte tijd nadien van hetzelfde laken een broek kreeg.
Aan anekdotes over de afgelopen 43 jaar heeft Johan zeker geen gebrek.
Johan is wel tevreden dat de verstandhouding met de spoedafdeling en de dokters altijd heel goed geweest is. Hij leerde er zelfs zijn vrouw Connie kennen die er patiëntenvervoer deed.
Vrije tijd
De familiaire ploeggeest bij de hulpverleningszone zal Johan zeker missen. “De ploeg is heel hecht. We werken samen, eten samen, volgen samen opleidingen en slapen samen… Bij dat laatste voegt Johan er voor de zekerheid lachend aan toe dat ze wel in aparte bedden liggen.
Johan en Connie hebben een mobilhome, waarmee ze nu regelmatig eens zullen wegtrekken.
“Er zal ook wel tijd zijn voor enkele karweitjes thuis”, zegt Johan die nogal handig is. “Het tuinhuis moet al dringend opgeruimd en geschilderd worden.” Johan is ook vrijwilliger aan de bar bij toneelgroep Edelweiss in Bissegem. Stilzitten zal er voor Johan alvast niet in zitten.

